Zondagse lezing

Zondag 1 augustus 2021 - 18e zondag door het jaar –B

Ex 16, 2-4.12-15         Het brood uit de hemel
Joh 6, 24-35                Wie tot Mij komt zal geen honger hebben

Toen de mensen bemerkten dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren, gingen zij in de boten en voeren in de richting van Kafárnaüm op zoek naar Jezus. 
Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?” 
Jezus nam het woord en zeide: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet omdat gij tekenen gezien hebt, zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. 
Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven. Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt. 
Daarop zeiden zij tot Hem: “Welke werken moeten wij voor God verrichten?” 
Jezus gaf hun ten antwoord: “Dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Degene, die Hij gezonden heeft.” 
Zij zeiden tot Hem: “Wat voor teken doet Gij dan wel, waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?” Wat doet Gij eigenlijk? 
Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf hij hun te eten.” 
Jezus hernam: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; 
want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld.” 
Zij zeiden tot Hem: “Heer, geef ons altijd dat brood.” 
Jezus sprak tot hen: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen. 
Maar Ik zei u reeds, dat, hoewel gij Mij hebt gezien, gij toch niet gelooft.