Woord van pastoor Felix

Aan mijn (on) - gelovige medemensen

Geweldig hoe het grootste deel van de medemensen zich houden aan de dringende oproepen van de wetenschappers, de virologen, de overheid en.samenleving. Dat is burgerschap, zelfbehoud en respect voor elke medemens . Proficiat. En dank u.
Een klein percent zijn als de Romeinen die lustig bleven feesten terwijl de Vandalen aan de poorten van Rome stonden. Ze zagen de ondergang van de stad niet. En dus tekenden ze hun eigen lot . Maar toch naar de kust gaan tegen alle adviezen en toch sluipwegen naar Nederland om naar Albert Heyn te gaan winkelen, toch samenscholen of een café tersluiks openen of bezoeken : dat alles gaat niet in tegen de maatregelen van de overheid, het is ook ingaan tegen de geboden van God. Het is een zonde. Een zonde ten dode. Het vijfde woord ven de tien geboden die Mozes neerschreef. : Gij zult niet doden , gaat ook hier over. Het is niet alleen iemand neerschieten met een kogel of een bom laten ontploffen. Zoals het gaat over ons in ons omgaan met deze planeet.
Dit dodende virus een handje helpen is een kwaad dat we met dat ouderwetse woord doodzonde benoemden. We gebruiken dat woord niet meer maar het bestaat nog. Het is misdaad : Lichtzinnig jezelf en je medemensen in gevaar brengen gaat in tegen de Schepper die aan de mens, tegen mij en u heeft gezegd : maak de wereld bewoonbaar.
Ooit, lang geleden, toen de mensen de waarde van het sacrament van de verzoening nog kenden zou dit worden gebiecht.
Nu de Goede week zich aandient als een tijd waarin de kerkgebouwen leeg zullen blijven zullen we het Lijden van Jezus Christus mee kunnen dragen door dat van de mensen niet in gevaar te brengen.
Binnenblijven en goed zorgen voor jezelf en de mensen is geloven in de Opstanding. Pasen komt. Een vreemde Pasen.
Zondag lezen we het evangelie van Johannes waar Jezus bij het graf van zijn vriend Lazarus staat. Hij is ontroerd en zegt dan : kom naar buiten. Anders gezegd : leven overwint . Maar als je dat wil geloven dan klinkt ‘kom naar buiten’ deze dagen in de gevleugelde woorden van een minister ‘ blijft in uw kot”.
De mensen van deze eeuw zeggen mij : zonde bestaat niet meer.
We zullen het niet graag horen. Ze bestaat. Goede moed. Hoe het ook verder loopt : het wordt Pasen. En daarom zeg ik aan mezelf en aan wie dit ouderwetse gezaag ten einde toe heeft gelezen : hou vol. Boven onze zogenaamde vrijheid staat het Goddelijk gebod : “ gij zult niet doden”. En gij die mij zegt niet in een God te geloven doe het dan uit de pure kracht van humanisme. Het ga je allen goed.